Weer thuis op de VAM-berg: Genieten tussen de schapenkeutels en het gouden uur op het Dak van Drenthe
Het laatste weekend van mei staat bij RunForestRun traditioneel in het teken van het VAM-weekend. Een ultieme uitdaging waarbij lopers de strijd aangaan met zichzelf en de VAM-berg: 4, 8 of 12 uur lang rondes rennen op een parcours van 3,3 kilometer met maar liefst 90 hoogtemeters per ronde. Een loodzware beproeving! En met het warme weer van dit weekend werd die berg zo mogelijk nóg een graadje meedogenlozer. Een ware slijtageslag.
Vanaf de allereerste editie leg ik deze trailruns op de VAM-berg al vast, en ook dit jaar wilde ik er dolgraag bij zijn. Alleen was de afstand vanuit mijn nieuwe thuisbasis in Rijswijk dit keer wel een extra uitdaging. De oplossing? Een dag van tevoren heen en op zondag pas weer terug. Hierdoor stond ik zaterdagochtend al om 08.00 uur fris op het ‘Dak van Drenthe’, ruim een uur voor de start.
Na een half jaar afwezigheid voelde mijn terugkeer als een heerlijk warm bad. De RFR-familie – lopers én vrijwilligers – reageerde super enthousiast: “Wat gaaf dat je er weer bent!” En dat gevoel was volledig wederzijds. Wat was het heerlijk om daar weer met mijn camera te staan.
Klokslag 09.00 uur barstte het geweld los. Mijn startpositie? Op mijn buik in het veld, ergens tussen de schapenkeutels, om de eerste actie vast te leggen terwijl de lopers letterlijk en figuurlijk voorbij vlogen. Zodra het veld op gang was, ben ik tegendraads over het parcours gaan wandelen. Dat is mijn manier: lekker lopen en ondertussen schieten. Je komt iedereen meerdere keren tegen. De een roept wat in het voorbijgaan, de ander knikt met een glimlach van: ‘Hé, sta je nu alweer hier?‘
Ik geniet daar intens van. Soms lig ik ergens boven op een heuvel in het gras te wachten tot de koppies net boven de heuvel uitkomen, op een ander moment neem ik juist afstand om ze met de telelens perfect te isoleren.
Rond 13.00 uur finishten de 4-uurslopers, terwijl de 8-uursloop net van start ging. Tijdens mijn volgende ronde grapte een loper: “Krijg jij eigenlijk betaald per foto?” Gelukkig niet, antwoordde ik, want dan is het écht werk. Nu is het een prachtige hobby die ik wel zo professioneel mogelijk probeer aan te pakken.
De laatste twee uren van de race waren fantastisch dynamisch. Je zag de vermoeidheid toeslaan, maar ook de adrenaline. Waar de een rekent hoe de finish net voor 20.00 uur gehaald kan worden, perst de ander er in de slotfase nóg even vier of vijf rondjes uit om net voor 21.00 uur te finishen. Zelf ga je helemaal mee in die drang om te presteren. Tijdens dat laatste uur is het spelen met het licht, dat langzaam wegzakt. Het gouden uur breekt aan, het licht wordt prachtig zacht. Juist op dat moment moet ik zelf ook scherp zijn. De lessons learned uit de afgelopen jaren kwamen goed van pas: snel een verse batterij erin, een nieuw kaartje in de camera en de flitser paraat voor de huldigingen.
Ik denk dat er weer een prachtige serie foto’s staat. Ik heb met volle teugen genoten van de lopers en het RFR-team. Het voelde alsof ik geen dag weg was geweest. De 10e editie van de Indian Summer Ultra staat in elk geval al met rood omcirkeld in mijn agenda.
Tot dan! Of, om het nog één keer op z’n Fries te zeggen: Oant sjen!






























